Kerstmis:
Kerstmis wordt al erg lang gevierd. Nog voor het christelijke element van de geboortedag van Christus werd ingevoerd, vierden de Germanen al feest in december. Rond de 25e december hielden zij midwinter- of joelfeesten. Uit dankbaarheid voor al het goede dat hen het afgelopen jaar was overkomen, werd er na de zogenaamde grote slachttijd, twee weken uitbundig gefeest, gegeten en gedronken. Tussen de bedrijven door maakten de Germanen veel lawaai om eventuele boze geesten te verjagen.

Vreugdevuren:
Ook Romeinen, Egyptenaren en Vikingen vierden dergelijke winterfeesten. Op enorme vreugdevuren werden offers gebracht om de goden gunstig te stemmen. In die tijd al werden groene takken gebruikt als decoratie. Enerzijds omdat zij een symbool waren voor vruchtbaarheid, anderzijds hoopten de feestvierders hiermee heksen, geesten en ziekte's te verjagen. Dankzij de vreugdevuren stonden deze winterfeesten ook wel bekend als "feest van het licht".

Geboortedag:
Het christendom begon zich in het jaar 381 in het kerstfeest te mengen. Voor die tijd vierde men alleen de kruisiging, besnijdenis en wederopstanding van Christus. In 381 werd 25 december als zijn geboortedag gekozen. De datum van de geboorte van Christus is ook een feest van vreugde en licht. Het christendom kon daarom goed aansluiten bij de bestaande "heidense" lichtfeesten.

De Kerstboom

De Kerstboom:
Wie aan Kerstmis denkt, ruikt de dennentakken al. Een mooi versierde boom in de huiskamer zorgt meteen voor een echt "kerstgevoel". Toch is de kerstboom niet aldoor even populair geweest. De blijvend groene spar, versierd met lampjes of kaarsjes, staat feitelijk symbool voor de terugkeer van het licht in de lente en is een overblijfsel van de Germaanse midwinterfeesten. Een typisch heidens symbool dus, dat vooral dienst deed als vruchtbaarheidssymbool en afweer tegen boze geesten.

In de mast:
De versierde boom zoals wij die kennen, heeft even op zich laten wachten. Zeelui bonden vroeger sparrenboompjes in de mast van een schip, ten teken dat men met kerst weer thuis hoopte te zijn. In de 5e eeuw dook de spar voor het eerst in versierde vorm op, als Boom des Levens in mysteriespelen in Duitse kerken. Hij was behangen met "appels" synoniem voor de zonde, en "ouwel" dat de redding symboliseerde. Later werden de appels en ouwel door koekjes in allerlei vormen.

Verboden:
In de 9e en 10e eeuw werd het versieren van een kerstboom verboden. Het heeft vervolgens tot de 17e eeuw geduurd voordat de versierde spar weer in het openbaar te zien was. Om precies te zijn: in 1605 viel in Straatsburg eindelijk weer eens een mooi opgetuigde boom  te bewonderen. Pas in de 19e eeuw deed de versierde boom ook in ons land zijn intrede.

De Kerstman

de Kerstman:
In Nederland zien we de kerstman niet zo vaak. Tenslotte komt bij ons Sinterklaas al langs. Maar in feite zijn Sinterklaas en de Kerstman één en dezelfde man. Nederlanders die zich in 1611 in de Verenigde Staten vestigde, introduceerden onze goedheiligman in New York. Sint Nicolaas zou uitgroeien tot de beschermheilige van New York.

Fantasie:
Eenmaal "geadopteerd" door de Amerikanen nam de folklore rond "Santa" toe. Zo had de beste man ineens de beschikking over rendieren, inpak-elfjes en een arreslee. Hij dankt deze attributen onder andere aan de fantasie van de kinderboeken schrijver "Clement Moore". Een echte leuke vent werd Santa pas aan het begin van de 20e eeuw. De gezellige dikkerd die wij nu kennen, komt uit de koker van de Zweedse kunstenaar "Haddon Sundblom". Hij ontwierp deze "nieuwe" Santa voor de reclamecampagne, in opdracht van Coca Cola. De man gaat niet voor niets gekleed in rood, wit en zwart, de kleuren van.......precies!

De Kerstal

de Kerststal:
Veel mensen zetten met Kerstmis een kerststalletje neer. Vaak is dit een tafereel waarin drie wijzen uit het oosten, het kerstkindje Jezus in een kribbe, de trotse Jozef en Maria en een ezel en een os voorkomen. In grote lijnen is dit (christelijke) kerstverhaal bij een ieder wel bekend.

Advent:
Kerstmis wordt voorafgegaan door advent. Het woord "advent" is afgeleid van het Latijn: adventus, dat staat voor "komt, eraan komen" en het Franse advenire dat zoveel wil zeggen als "naartoe komen". Volgens de christelijke uitleg zijn de gelovigen tijdens advent dan ook in afwachting van de komst van Jezus. Advent begint als het kerkelijk jaar begint: op de 4e zondag voor Kerstmis, en duurt tot kerstavond.

Adventskrans:
Elke week één kaarsje aansteken, dus 4 kaarsjes totaal.

Adventskalender:
De adventskalender is leuk voor kinderen, elke dag een vakje (met wat lekkers erin) openmaken totdat het kerst is.